Welkom op TN 3

🧱 Wat leer je op deze pagina (TN 3)?

Op deze pagina leer je de Nederlandse taal vanaf niveau A2++ en we brengen je stap voor stap naar niveau B1.

  • Op deze pagina zetten we de puntjes op de i
    Hier mee wordt bedoeld om de laagste kneepjes te leren die je nodig hebt om naar b1 te kunnen.
  • Dit is een tussen stap om begin b1 aan te kunnen.

  • Wat ga je doen?
    De lessen die je gaat doen, staan per set. Het is de bedoeling dat je alle vakjes en sets gaat doen. Herhaal de lessen tot je het begrijpt.

Kun je een keer niet naar de les komen?
Geen probleem! Onderaan de pagina staan handige themaboekjes die je thuis kunt gebruiken om samen met een vriend of vriendin te oefenen. Als je deze pagina hebt afgerond, ben je helemaal klaar voor TN 4!

 


1. Wanneer gebruik je een hoofdletter?

Werkbladen.

1. Hoofdletters.
2. Hoofdletters.
3. Hoofdletters.

2, Schrijf het in de tegenovergestelde op.

 

Werkbladen.

1. Tegenovergestelde.
2. Tegenovergestelde.
3. Tegenovergestelde.


3. De trappen van vergelijking

 

Download tvv pdf 

Van klein naar groot
1. De kleuren van de trap.     2.     3.     4.     5. 
2. T.v.v. Regelmatige vormen.     2.     3.     4. 
3. T.v.v. Onregelmatige vormen     2.  3.     4. 

Dan, als, meer en meest
1. Als en dan.     2.     3.     4. Typ de zin. 
2. Meer en meest.     2.     3.     4. Typ de zin 

De Tijd-Machine van de trap:
1. Nu of Toen     2.     3. Typ de zin 


4. Schrijf en lees tekens

 

Download de uitleg.  

1. Apostrof
2, Waar zet je deze schrijf teken?
3. Typ de zin in het meervoud.

 

 

 

 


5. Woorden benoemen.

 

Wat is een Zelfstandig Naamwoord? (ZNW)

  • Dit is de naam van een persoon, een dier, een plant of een ding. Je kunt het bijna altijd zien of aanraken.


Download de uitleg ZNW / BNW pdf 

Zelfstandig naamwoord

1. ZNW Y.t 
2. ZNW
3. ZNW
4. ZNW
5. ZNW. 1.     2. 

Wat is een Bijvoeglijk Naamwoord (BNW)

  • Dit woord vertelt hoe iets of iemand is. Het geeft extra informatie.

Bijvoeglijk naamwoord

1. BNW Y.t 
2. BNW
3. BNW
4. BNW
5. BNW


6. Start lezen: van A2++ naar B1

 

 

Hoe kun je begrijpend lezen leren?


1. Begrijpend lezen.
2. Begrijpend lezen
3. Begrijpend lezen
4. Begrijpend lezen
5. Begrijpend lezen
6. Begrijpend lezen
7. Begrijpend lezen
8. Begrijpend lezen
9. Begrijpend lezen
10. Begrijpend lezen
11. Begrijpend lezen

1. Begrijpend lezen. 
2. Begrijpend lezen. 
3. Begrijpend lezen. 
4. Begrijpend lezen. 
5. Begrijpend lezen. 
6. Begrijpend lezen. 
7. Begrijpend lezen. 
8. Begrijpend lezen. 
9. Begrijpend lezen. 
10. Begrijpend lezen. 
11. Begrijpend lezen. 

 

1. Begrijpend lezen
2. Begrijpend lezen
3. Begrijpend lezen
4. Begrijpend lezen
5. Begrijpend lezen
6. Begrijpend lezen
7. Begrijpend lezen
8. Begrijpend lezen

 


7. Welke woorden horen bij elkaar?


Sommige woorden betekenen ongeveer hetzelfde. Dit noemen we synoniemen.
Lees eerst goed de zin met het vetgedrukte woord.

Belangrijke tip voor deze oefening:
Sommige woorden zijn best moeilijk.
Gebruik daarom een woordenboek van het Nederlands naar jouw eigen taal.
Zoek de precieze betekenis op van de woorden.
Zo kun je de juiste woorden gemakkelijk bij elkaar zetten. Succes!

 

 

 

1. Zelfstandige naamwoorden
1.     2.     3. 

2. Werkwoorden
1.     2.     3. 

3. Bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden
1.     2.     3. 


8. Signaalwoorden en spreken.

Wat doen deze signaalwoorden?

Signaalwoorden: zijn de "verkeersborden" in een tekst.
Ze vertellen de lezer welke kant het verhaal opgaat.

Wat doen signaalwoorden?
Signaalwoorden geven een verband aan tussen zinnen.
Ze helpen je om de tekst beter te begrijpen.

1. Tijd: Wanneer gebeurt het?

Signaalwoorden: die te maken hebben met de tijd zijn:
• Voorbeeld: eerst, daarna, later, vroeger

1. Signaalwoorden: 1.     2.     3.     Spreken 4. 



2. Opsomming: Er komt nog iets bij.

Signaalwoorden: die te maken hebben met een opsomming zijn:
• Voorbeeld: en, ook, daarnaast, bovendien

2. Signaalwoorden: 1.     2.     3.     Spreken 4. 

3. Tegenstelling: Het is anders dan je denkt.

Signaalwoorden: die te maken hebben met een tegenstelling zijn:
• Voorbeeld: maar, hoewel, toch, ondanks

3. Signaalwoorden: 1.     2.     3.     Spreken 4. 

4. Reden of Oorzaak: Waarom is het zo?

Signaalwoorden: die te maken hebben met een reden of oorzaak zijn:
• Voorbeeld: omdat, want, daardoor, doordat

4. Signaalwoorden: 1.     2.     3.     Spreken 4. 


9. Thema: beroepen

 


10.  Zinnen maken in o.t.t. en o.v.t.

Wat is basis grammatica: husselzinnen?

In deze lessen gaan we zinnen maken. De woorden staan door elkaar. Jij moet de woorden op de juiste plaats zetten.

We beginnen heel makkelijk met korte zinnen. Bij iedere nieuwe set komt er één woord bij. Zo leer je stap voor stap hoe je een goede Nederlandse zin maakt!

We oefenen met twee soorten zinnen:

  1. De bevestigende zin: Je vertelt hoe het is (Maris kookt).
  2. De vraagzin: Je stelt een vraag (Kookt Maris?).

Dit doen we in NU (tegenwoordige tijd) en in TOEN (verleden tijd).

 

📝 Wat ga je doen in deze les?

De lessen bestaan uit: 3 delen basisgrammatica schrijven en 5 delen brieven lezen en schrijven.
De schrijflessen bestaan ieder uit 5 sets.

1. Grammatica: husselzinnen 3

1. Grammatica schrijven.
2. Grammatica schrijven. 
3. Grammatica schrijven.

 

Brieven schrijven

 


11. Luisteren

🛠️ Wat heb je nodig voor de les?

Je hebt een laptop, een tablet of een smartphone nodig.
En je hebt een koptelefoontje met een microfoon nodig.

Luisteren


12. Tn3 iep-toets begrijpend lezen.

 

📘 Hoe werkt dit?

De toets bestaat uit 9 verhalen. Deze verhalen moet je alleen maken.

Je leest eerst het hele verhaal. Daarna vul je de antwoorden in.

Laat het na ieder verhaal nakijken. Zo weet je hoeveel vragen je goed hebt beantwoord.

Online oefenen
1. De Wedstrijd. 
2. Mysterieus licht. 
3. Vakantiebericht. 
4. Oriënteren op teksten 
5. Labubu 
6. Titel en kopjes. 
7. Vuurwerk. 
8. Spreekwoorden 1 
9. Spreekwoorden 2 


15. Zinnen in de voltooide tijd.

 

🧱

1. Grammatica: husselzinnen

1. Grammatica schrijven.

 

2. Brieven lezen en schrijven.

Ayat krijgt post
1.    1a.    1b.    1c.    1d.    1e.

Het boodschappenlijstje
2.    2a.    2b.    2c.    2d.    2e.

De uitnodiging
3.    3a.    3b.    3c.    3d.    3e.

Sorry
4.    4a.    4b.    4c.    4d.    4e. 

Mail schrijven
5.    5a.    5b.    5c.    5d.    5e.


16. De participatieverklaring: verplichte examenonderdeel

 

🧱Samen met je docent maak je kennis met de Nederlandse normen, waarden, rechten en plichten. Om je goed voor te bereiden op het KNM-examen, is het belangrijk om deze lessen aandachtig door te nemen.

Voor het officiële participatieverklaringstraject (PVT) kun je wachten op een uitnodiging, maar in de meeste gevallen kun je jezelf alvast aanmelden bij de gemeente, ook als je nog geen formele uitnodiging hebt ontvangen.

Dit is verplicht om inburgeren!
Een brief van de gemeente over pvt (participatieverklaring)
is een verplicht traject om in te burgeren.
Nadat u deze lessen heeft gevolgd, dient u dit te ondertekenen.
Deze lessen worden door de overheid vergoed.
Klik op de link icoon om je in te schrijven. 

De samenleving 
De democratie 
De Rechtsstaat 
De vrijheid 
Het geloof 
De zelfbeschikking 
Gelijkwaardigheid 
Discriminatie 
De Participatieverklaring 


17. Themaboekjes Melkweg taal: Alfa C

 

 

Kan je niet naar de les komen?

Het is geen probleem als je een tijdje niet naar de les kunt komen, bijvoorbeeld door langdurige afwezigheid.

Hier staan handige themaboekjes die je thuis of op vakantie kunt gebruiken om samen met een Nederlandse vriend of vriendin te oefenen.

  • Je moet de boekjes wel zelf downloaden. Deze boekjes zijn niet online te doen. Dus print ze uit. Kan dat niet vraag een ander om te downloaden.
  • Wij vragen hiervoor € 2,50

Uitleg: Wat moet ik hier doen? 


1. De tandarts 
2. De cursus 
3. Zorgverzekering 
4. Vrijwilligerswerk 
5. De buren 
6. Een huis verzekeren 
7. De huisarts 

8. Diabetes 
9. Medicijnen 
10. De basisschool 
11. Participatie 1: 
12. Een huis kopen 
13. In de war 
14. Lekker en gezond 

15. Participatie 2 
16. Gas, water en licht 
17. Participatie 3 
18. Naar de speelzaal 
19. Voortgezet onderwijs? 
20. Pas op! 
21. Participatie 4 

22. Participatie 5 
23. Wie woont waar? 
24. Milieu 
25. Te huur 
26. Sport en bewegen