Welkom op TN 4

🧱

Wat leer je op deze pagina (TN 4)?
Op deze pagina leer je je voor te bereiden op de B1-examens en wat je precies kunt verwachten.

Wat ga je doen?
Op deze pagina ga je oefenen om te zien wat je kunt verwachten op de echte examens van DUO. Je gaat hard oefenen met lezen, schrijven, luisteren, spreken en KNM (Kennis van de Nederlandse Maatschappij). Je leert hoe de computer werkt en hoe de vragen worden gesteld. We bereiden je stap voor stap voor, van makkelijk naar moeilijk, zodat je precies weet wat er gaat komen!

Uiteraard heeft u de volgorde zelf in de hand, maar overleg eerst met uw taalcoach of u dat ook echt aankan.

Als je alle weken bij elkaar optelt (6 weken voor KNM, 8 tot 10 weken voor Luisteren, 10 tot 12 weken voor Lezen, 10 tot 12 weken voor Spreken en 12 weken voor Schrijven), kom je uit op minimaal 46 tot 47 weken intensief studeren. "Dit houdt niet in dat u deze pagina alleen maar hoeft te leren, begin altijd bij TN 1*."

Heb je je inburgeringsexamen gehaald? Dan ben je klaar om eventueel B2 te gaan doen!


1. KNM: examenonderdeel

(Dit zou je kunnen doen als je TN 2* hebt gedaan)

Schrijf je pas in voor het KNM-examen als je de vragen goed begrijpt en de antwoorden weet. Je hebt ongeveer 6 weken nodig om deze stof te leren, mits je iedere dag oefent.

Wat is KNM?
KNM betekent: Kennis van de Nederlandse Maatschappij. Bij dit onderdeel leer je hoe het dagelijks leven, de regels en de cultuur in Nederland werken. Je leert bijvoorbeeld over wonen, werken, de dokter, school en de Nederlandse geschiedenis. Dit heb je allemaal nodig voor je inburgering!

kennis Nederlandse maatschappij. Download KNM pdf

1.Topo Nederland
De provincies van Nederland 
De hoofdsteden van de provincies 
De steden van de randstad 
Waar ligt het 

2. Het koningshuis en de regering
Het bestuur van Nederland 

3. Democratie en rechtstaat
De verkiezingen en de politiek 

4. De 2e wereldoorlog
1940-45 

5. De Belasting en sociale voorzieningen
Belasting en toeslagen 

 

6. Nederland Waterland
Water en Veiligheid 

7. Het Raadhuis
De gemeentelijke zaken 

8. De zorgverlening en zorgverzekering in Nederland
De zorg in Nederland. 

9. Onderwijs en Opvoeding in Nederland
Onderwijs en Opvoeding 

10. Werk en Inkomen in Nederland
Werk en inkomen 

11. Hoe werkt wonen in Nederland?
Wonen in Nederland 

12. De Nederlandse gewoontes
Gewoontes en feesten 

13. De KNM vragen door elkaar
1. KNM-oefenexamen: 45 min. 
2. KNM-oefenexamen: 45 min. 
3. KNM-oefenexamen: 45 min. 

KNM – oefenexamens Duo
KNM 1         KNM 2 


2. Luisteren B1 examenonderdeel

Schrijf je pas in voor het luister-examen als je de fragmenten goed begrijpt en de antwoorden weet. Je hebt ongeveer 8 tot 10 weken nodig om dit goed te oefenen, mits je iedere dag luistert.

 

 

 

Wat is luisteren op B1?
Bij het B1-examen luisteren hoor je verschillende gesprekken op de computer. Bijvoorbeeld een interview op de radio, een gesprek tussen collega's op het werk, of een bericht van de gemeente. Je leert om goed te horen wat de belangrijkste boodschap is. Dit is de belangrijkste basis, want wie goed kan luisteren, leert veel sneller praten!

B1 Luisteren.  


3. Lezen B1 examenonderdeel

Schrijf je pas in voor het lees-examen als je de teksten goed begrijpt Je hebt ongeveer 10 tot 12 weken nodig om dit goed te oefenen, mits je iedere dag leest.

Wat is lezen op B1?
Bij het B1-examen lezen moet je laten zien dat je begrijpend kunt lezen. Dit betekent dat je een tekst niet alleen hardop kunt voorlezen, maar dat je ook echt snapt wat er staat. Je leest teksten uit het dagelijks leven in Nederland. Bijvoorbeeld: een brief van de gemeente, een e-mail van je baas, een nieuwsbericht of de instructie van een medicijn.

 

Oefenen lezen B1 '1  
Oefenen lezen B1 '2  
Oefenen lezen B1 '3 
Oefenen lezen B1 '4 

Oefen examen lezen B1 '21  
Oefen examen lezen B1 '22  
Oefen examen lezen B1 '23  
Oefen examen lezen B1 '24  

Lezen - oefenexamens Duo  

 

Wat wordt er van jou verwacht op het examen?

De computer stelt je vragen over de teksten. Je moet bewijzen dat je de volgende drie dingen kunt:

  • De hoofdzaak vinden: Wat is het belangrijkste dat de schrijver wil vertellen? Je leert de grote lijn te zien zonder dat je elk moeilijk woord kent.
  • Informatie opzoeken: Kun jij in een lange tekst snel het juiste antwoord vinden? Bijvoorbeeld: Vanaf welke datum gaat de huur omhoog? of Wie moet deze brief betalen?
  • De bedoeling snappen: Wat wil de schrijver dat jij doet? Moet je reageren, moet je betalen, of is het alleen informatie?

Pas op voor de instinkers: Lezen tussen de regels door!

Bij het B1-examen staat het antwoord bijna nooit letterlijk in de tekst. Je moet tussen de regels door lezen. Dat betekent dat je moet begrijpen wat de schrijver bedoelt, ook al staat het er niet letterlijk.

Een voorbeeld:
In de tekst staat: "Als u na 1 oktober betaalt, rekenen wij extra administratiekosten."
De vraag op het examen is: Wat gebeurt er als u op 3 oktober betaalt?

  • Het foute antwoord: "Dat weet ik niet, want de datum 3 oktober staat niet in de tekst."
  • Het goede antwoord: "Dan moet u meer geld betalen." (Omdat 3 oktober ná 1 oktober komt).

Je moet dus heel goed kijken naar de betekenis en logisch nadenken. Op deze pagina leer ik je hoe je deze stiekeme vragen herkent!


4. Spreken B1 examenonderdeel

Schrijf je pas in voor het spreek-examen als je de opdrachten begrijpt. Je hebt ongeveer 10 tot 12 weken nodig om dit goed te oefenen, mits je iedere dag oefent.

Wat is b1 spreken en wat word er van je verwacht?

Bij het examen B1 Spreken laat een cursist zien dat hij zich in het dagelijks leven, op het werk of tijdens een opleiding zelfstandig kan redden in het Nederlands. Het niveau B1 betekent dat iemand bovengemiddeld zelfredzaam is en actief kan deelnemen aan gesprekken.

Wat wordt er van jou verwacht op het examen?

1. Inhoud en begrijpelijkheid

  • De boodschap overbrengen: De cursist moet vlot antwoord geven op de vraag. De luisteraar moet zonder grote inspanning begrijpen wat er bedoeld wordt.
  • Mening en argumenten geven: Het is niet meer genoeg om alleen 'ja' of 'nee' te zeggen. Er moet worden uitgelegd waarom men iets vindt 
  • Problemen oplossen: De cursist moet kunnen reageren op alledaagse problemen, zoals een klacht indienen, een afspraak verzetten of informatie opvragen.

 

2. Taalgebruik en grammatica

  • Samenhangende zinnen: Er wordt verwacht dat de cursist zinnen correct aan elkaar kan knopen met voegwoorden (b.v. omdat, hoewel, daardoor, want, toen en zodat).Ook word erop lidwoordgebruik (de/het-keuze) gelet.
  • Woordenschat: De cursist moet genoeg woorden kennen om over algemene onderwerpen (werk, school, vrije tijd, actuele basistopics) te praten zonder constant naar woorden te hoeven zoeken.
  • Correcte zinsbouw (Inversie): De structuur van de zinnen (de woordvolgorde) moet grotendeels kloppen, zeker bij het gebruik van voegwoorden of tijdsbepalingen.

 

3. Vloeiendheid en uitspraak

  • Spreken op een natuurlijk tempo: Te lange pauzes of haperingen moeten worden voorkomen. Het hoeft niet supersnel, maar er moet wel lijn in het verhaal zitten.
  • Verstaanbare uitspraak: De uitspraak en klemtoon moeten goed genoeg zijn, zodat eventuele foutjes of een accent de betekenis van het verhaal niet veranderen.

 

Hoe werkt het examen B1 Spreken?
  • Je maakt het examen achter een computer met een koptelefoon en een microfoon.
 
Dit zijn de twee soorten opdrachten die je krijgt:
1. Korte vragen (Direct reageren)
Je hoort en leest een alledaagse situatie. Je moet hier meteen op reageren. De spreektijd is kort 
 
2. Lange vragen (Mening en argumenten)
Je krijgt een stelling of een probleem te horen en je krijgt even de tijd om na te denken. Daarna moet je een langere reactie geven.

Wat moet je doen? Spreek duidelijk. Leg uit waarom je dat vindt en geef een voorbeeld of een oplossing. Gebruik hierbij verbindingswoorden zoals omdat, want, en, of, daardoor of wanneer.

 

Je hebt alles gelezen? Wat moet je hier doen?

Volg de stappen hieronder om te oefenen voor het examen B1 Spreken:

  1. Offline oefenen: download de PDF bestand.
  2. Download de audio.zip die bij het spreekexamen hoort en pak de audio.zip uit.

Oefenen spreken pdf B1 '23     audio.zip  
Oefenen spreken pdf B1 '24     audio.zip  
Oefenen spreken pdf B1 '25     audio.zip  

  1. Online oefenen: open de link hieronder naar de oefenexamens Spreken van DUO.

Spreken - oefenexamens Duo


5. Schrijven B1 examenonderdeel

Schrijf je pas in voor het schrijf-examen als je de opdrachten begrijpt. Je hebt ongeveer 12 weken nodig om dit goed te oefenen, mits je iedere dag oefent.

Bij het schrijf-examen moeten ze zelf zinnen maken, en daar zijn die voegwoorden nog belangrijker. Als ze de zinsbouw van omdat of zodat fout doen, kost dat punten op het examen.

Als een cursist op het B1 Schrijven examen een opdracht niet gedaan heeft (dus helemaal leeg laat), dan gebeurt het volgende:

  • De cursist krijgt 0 punten voor die opdracht. De computer of de beoordelaar van DUO kan dan namelijk niks nakijken.
  • Er is een grote kans op zakken. Het schrijfexamen heeft maar een paar grote opdrachten (zoals een e-mail of een formulier). Als je er eentje helemaal overslaat, mis je zoveel punten dat het heel moeilijk wordt om nog een voldoende te halen.

 

1. Wat moet je weten over het DUO B1 Schrijven examen?

Bij het examen B1 Schrijven moet je zelf teksten schrijven op de computer. Je krijgt drie soorten opdrachten:

  • Zinnen afmaken: Je krijgt het eerste deel van een zin en een voegwoord (bijvoorbeeld: omdat). Jij moet de zin correct afmaken.
  • Korte berichten schrijven: Bijvoorbeeld een e-mail naar je baas dat je ziek bent, of een brief naar de verhuurder van je huis.
  • Een formulier invullen: Je moet ergens je mening over geven en uitleggen waarom je dat vindt.

 

2. Grammatica en Voegwoorden voor B1 Schrijven (Heel belangrijk!)

Om een goed cijfer te krijgen, moet je bewijzen dat je voegwoorden kunt gebruiken. Een voegwoord plakt twee korte zinnen aan elkaar. Op B1 niveau let DUO heel streng op de zinsbouw (de volgorde van de woorden).

Dit moeten de cursisten weten voor het schrijven:

Groep 1: De makkelijke voegwoorden (Normale zinsbouw)

Na deze woorden blijft de zin heel normaal: Wie + Wat doet + de rest.

  • Want (geeft een reden): Ik ga vanavond vroeg naar bed, want ik ben heel moe.
  • Maar (geeft een tegenstelling): Ik wil graag een auto kopen, maar ik heb geen geld.
  • En (telt dingen op): Ik leer voor het examen en ik maak mijn huiswerk.

 

Groep 2: De B1-voegwoorden (Het werkwoord moet naar het EINDE!)

Dit is de belangrijkste grammaticaregel voor B1 Schrijven. Na deze woorden schuift het werkwoord (wat iemand doet) helemaal naar het einde van de zin!

  • Omdat (geeft een reden): Ik ga vroeg naar bed, omdat ik heel moe ben. (Niet: omdat ik ben moe).
  • Zodat (geeft het doel aan): Ik oefen elke dag, zodat ik het examen haal.
  • Als (geeft een voorwaarde/tijd): Ik bel de dokter, als mijn dochter ziek is.

 

Groep 3: Extra B1-voegwoorden (Inversie: Werkwoord eerst!)

Bij deze woorden draait de boel om. Eerst komt het werkwoord, daarna pas wie het doet: Voegwoord + Wat doet + Wie + de rest.

  • Daardoor (geeft het gevolg): Het regende heel hard, daardoor kwam ik te laat.
  • Hierdoor (geeft het gevolg van iets dichtbij): Mijn computer is kapot, hierdoor kan ik niet oefenen.

Laat overbodige hulpwerkwoorden weg

Zinnen worden extra lang (en onduidelijk) door het gebruik van hulpwerkwoorden. Vaak zijn die hulpwerkwoorden helemaal niet nodig. Als je die schrapt, wordt je zin ineens een stuk helderder. En korter!

 

De 10 Gouden Tips voor het B1 Schrijven Examen

Hier zijn 10 simpele tips die je cursisten helpen om te slagen voor het schrijfexamen:

  1. Beantwoord alle punten van de opdracht. Vraagt DUO om een reden en een datum? Geef ze allebei, anders mis je punten.
  2. Gebruik de B1-voegwoorden. Gebruik niet alleen maar en of want, maar laat zien dat je omdat en zodat kunt schrijven.
  3. Let op het werkwoord aan het einde. Denk bij omdat en zodat altijd: het werkwoord moet naar de achterkant!
  4. Schrijf niet te lange zinnen. Maak je zinnen niet te ingewikkeld. Twee korte zinnen met een voegwoord is perfect.
  5. Let op de hoofdletters en punten. Begin elke zin met een hoofdletter en eindig met een punt. Dit scheelt makkelijke punten.
  6. Schrijf formeel als dat moet. Schrijf je naar de gemeente of je baas? Gebruik dan Geachte heer/mevrouw en Met vriendelijke groet.
  7. Gebruik 'u' in de 3e rij. Schrijf je naar een zakelijk contact? Gebruik altijd u en u heeft. Schrijf je naar een vriend? Gebruik dan je of jij.
  8. Controleer je spelling. Twijfel je over de spelling van een heel moeilijk woord? Kies dan een makkelijker woord dat je wel weet.
  9. Geef altijd een argument. Als je schrijft wat je mening is, leg dan ook uit waarom (met want of omdat).
  10. Lees de gehele opdracht goed en lees ook je eigen tekst op het einde goed na. Heb je nog tijd over? Lees je zinnen rustig over om te kijken of je geen typefoutjes hebt gemaakt.

     Succes!

 

Online Oefenen schrijven B1.
Hier gaan we even terug naar de basis: wantomdat, zodatenmaar, als en of. Hierbij krijg je de voorbeeld zinnen te zien bij het na kijken.

1.
2.
3.

Opgavenboekjes schrijven B1 pdf.
Deze voegwoorden komen erbij: want, omdat, zodat, en, maar, als, of, hierdoor, daardoor en waardoor

1. 2020  
2. 2021  
3. 2022 

 

Schrijf - oefenexamens Duo